Linne
Het dorp ligt op een zogeheten laagterras aan de
oever van de rivier de Maas. Linne wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde
van 24 juni 943. Maar uit opgravingen kan worden opgemaakt dat er in de Romeinse
tijd al mensen woonden. Bovendien blijkt uit oppervlaktevondsten dat er in de
oude steentijd ook al mensen hebben verbleven. Door de ligging op het
laagterras wordt Linne vrijwel geheel gevrijwaard van overstromingen zelfs als
de Maas een extreem hoge waterstand bereikt zoals in 1993 en 1995 het geval was.
Een uitzondering hierop vormt de Linnerweerd. Dit gebied is gelegen in het
winterbedgebied van de maas aan de voet van het laagterras. De naam Linne is
waarschijnlijk afkomstig van het Germaanse Linni(Linde) of Lin(Ahorn). Dit zou
worden bevestigd door het feit dat Linne in de Middeleeuwen op verschillende
kaarten voorkomt als Linlo waarbij het achtervoegsel lo bos betekent. Een andere verklaring
kan zijn dat de naam afkomstig is van het Germaanse hlinde dat heuvelhelling
betekent of van het Keltische lindo dat water betekent. In dit laatste geval zou
Linne dus een nederzetting aan het water zijn.
De stuw van Linne
De stuw van Linne maakt onderdeel uit van een groter waterbouwkundig
complex. In 1918 werd begonnen aan de bouw van deze stuw en de daarbij behorende
sluis. De stuw is gebouwd om de rivier beter bevaarbaar te maken. De sluis die
hierdoor noodzakelijk werd bekortte bovendien de vaarweg, doordat een grote
bocht van de rivier(meander) werd afgesneden. Later is naast de eerste sluis
nog een tweede aangelegd die toegang geeft tot het Lateraalkanaal. Dit kanaal
zorgt er voor dat de vaarweg nog aanzienlijk wordt bekort.
Op 20 oktober 1925 stelde koningin Wilhelmina de stuw, het
eerste stuwcomplex van de Maas, officieel in gebruik. Twee dagen later werd
eveneens begonnen met de aanleg van het Julianakanaal. Sinds enkele jaren kan
men met de fiets of te voet over deze stuw naar de andere kant van de rivier.
Ook is naast de stuw een waterkrachtcentrale gebouwd. Deze levert elektriciteit
aan het openbare net. Naast deze centrale is een vistrap aangelegd, zodat vissen
verder stroomopwaarts gelegen paaigronden kunnen
bereiken.
De Linnerweerd
De
Linnerweerd is globaal gelegen tussen de Maas en het laagterras. Het vormt de
uiterwaarden van de Maas en wordt doorsneden door de Vlootbeek. Deze beek mondt
uit in de rivier. Vanuit Linne loopt er een weg naar de stuw die het gebied
toegankelijk maakt. Het gebied wordt voornamelijk gebruikt voor landbouw.
Opvallend zijn de weilanden die met populieren zijn omzoomd. Deze worden
afgewisseld met kleine bospercelen en boomgaarden.
In dit gebied
liggen naast een aantal boerderijen twee landgoederen met karakteristieke
huizen. De oudste van de twee is kasteel Heysteren en dateert van voor
1789.
Kerk van Linne
Linne had in 1057 al een eigen kerk. Het is daarmee een van de
oudste parochies uit deze regio. De huidige parochiekerk van St. Martinus
werd tegen het einde van de 19e eeuw gebouwd door Caspar Franssen uit
Roermond. In 1945 werd de toren door de Duitsers opgeblazen. Hierdoor werd
ook de rest van de kerk beschadigd. De kerk werd opnieuw opgebouwd, maar de vorm
van de toren werd aangepast. De toren kreeg een puntdak in de vorm van een
piramide. Tijdens de
aardbeving van 13 april 1992 raakten de toren en de kerk opnieuw beschadigd. Met
inzet van vele vrijwilligers en allerlei hulpfondsen werden beide hersteld. De
toren kreeg daarbij het oorspronkelijke uiterlijk van voor 1945 weer
terug.
Maasplassen
Door uitgebreide grind en zandwinning veranderde het
riviergebied tussen Linne en Roermond geheel van karakter. Er ontstonden grote
waterplassen, die thans gebruikt worden voor grootschalige waterrecreatie. Deze
Maasplassen strekken zich uit van Ohé en Laak tot aan Asselt. Naast jachthavens,
dagstranden en campings zijn er ook natuurgebieden ingericht. Zo hoopt men te
bereiken dat er een gevarieerd landschap tot ontwikkeling komt.
Dicht in de buurt van Linne
ligt bijvoorbeeld het natuurgebied Isabellegreend. Omdat er op de
voedselrijke rivieroevers bomen zo snel groeien dat binnen enkele jaren
een ondoordringbaar bos zou ontstaan heeft men er voor gezorgd dat er
grote zoogdieren grazen. Deze dieren zorgen er voor dat er naast bos ook
bloemrijke graslanden en struikgewas kan ontstaan. Er grazen Poolse
konikpaarden en Schotse Galloways. Deze dieren zijn goed opgewassen tegen de
winterse omstandigheden en hebben weinig verzorging nodig. Dat is ook wel nodig
want ze blijven het hele jaar in het gebied. De natuurterreinen zijn vrij
toegankelijk voor wandelaars van zonsopgang tot zonsondergang.
|